Bart en Silke – Een mooi kerststukje

Papa zet bakjes op tafel met een stukje schuim erin. Sinke en Bart gaan een kerststukje maken. Maar eerst gaan ze naar buiten om takjes te verzamelen.
Sinke en Bart rennen over de stoep. Boem! Bart valt. Boem! Sinke valt ook. Hoe kan dat? Het heeft gevroren, zegt papa. Er ligt een laagje ijs op straat: ijzel. Sinke en Bart krabbelen overeind. De straat is net een glijbaan. Ze glijden en glibberen naar het park. Papa zoekt takjes en Sinke en Bart verzamelen dennenappels. Met een volle tas glijden ze terug. De buurvrouw komt net haar huis uit.

Hallo, zegt Sinke en glijdt naar haar toe. Bart dribbelt achter haar aan. Boem! Hij valt alweer. Lachend klautert Bart overeind. Maar papa hoort nog een boem. De buurvrouw is gevallen! Snel helpt papa haar overeind. Ik wilde een kerststukje gaan kopen, vertelt de buurvrouw, maar als het zo glad is, kan ik beter binnen blijven. Papa heeft een idee. Wij kunnen een kerststukje voor u 

maken. We hebben takjes genoeg. Als ze thuis zijn, gaan Sinke en Bart meteen aan het werk. Ze prikken de takjes in het schuim. Ze verven de dennenappels goud en zilver en maken er een ijzerdraadje aan vast. Ze zetten er een paar roodwitte paddestoeltjes bij. En in het midden komt een lange rode kaars met een strik erom. Wat een mooie stukjes, zegt papa. Waarom heet het een stukje? vraagt Sinke. Het is toch niet stuk? Nee, zegt papa. Een stukje betekent juist dat je het mooi hebt gemaakt. Papa pakt een kaartje en schrijft: Een fijn kerstfeest. Hij hangt het aan een takje.

Een bakje brengen ze naar de buurvrouw. Sinke mag het vasthouden. De straat is nog glad. Bart glijdt tegen Sinke aan. Kijk uit! roept papa. Boem! Daar liggen ze allebei. En het kerststukje ook. O, schrikt Sinke. Is het kerststukje nu stuk? De kaars is eruit gevallen, maar hij is niet stuk. Papa prikt hem er weer in. Voorzichtig staat Sinke op. Ze bellen aan bij de buurvrouw. Wat een mooi stukje, zegt de buurvrouw. Dankjewel. En ik heb ook iets voor jullie. Sinke en Bart krijgen een kaars in de vorm van een sneeuwman. Hoi! roept Bart en rent de straat op. Boem! daar ligt hij weer. Kijk nou uit, zegt papa. Straks breek je nog een been.